Platform


Heb je jij een mooi en bijzonder verhaal over een duursport uitdaging? En wil je daar aandacht voor? Of er gewoon achteraf over vertellen?

Neem dan met contact met ons via het onderstaande formulier en we plaatsen jou verhaal! Als het past nemen we wellicht contact met je op en kom je ook bij ons in de podcast over je doelen en uitdagingen praten.




Transcontinetal Race 2022

Red: Dit is het verhaal van de Trancontinetal van Jair. in 12 dagen reed hij bijna 4300km door heel Europa!
In de aflevering #13 Terug van vakantie en een goed gesprek met Jair Hoogland verteld hij ook over zijn race
Dag 1

Met Daan (Marsmans) en zijn ouders kan ik naar Geraardsbergen rijden. In de chaos van een ontsnapte hond en zoekgeraakte portemonnee bij de familie, installeren we onze fietsen op de bagagedrager en rijden we richting België.

Geraardsbergen is een fietsstadje, maar bij het binnenrijden merk je dat er iets anders gaande is. Allemaal nerveuze mensen die hun gerief checken en voedsel naar binnen proppen.

We gaan direct naar de bike check en halen onze trackers op. Weer buiten kom ik meteen een groep bekenden tegen. Fijn om nog even mensen te spreken, want eenmaal “on the go” is het allemaal op jezelf. De tijd vliegt en voor ik er erg in heb, is het tijd voor de briefing en maken we ons op voor de start.

We rijden om 10 uur ‘s avonds eerst gezamenlijk een geneutraliseerd rondje door Geraardsbergen. Het begin van de tweede keer Kapelmuur is de echte start. De muur staat inmiddels vol met supporters die fakkels dragen en daarmee de muur verlichten.

Vanaf boven is het free for all. Ik kom, vrij ver van voren, samen met Fiona (Kolbinger) boven. Fiona slaat als een van de weinigen rechtsaf. De rest gaat links of rechtdoor naar wat uiteindelijk de “Noordelijke” route wordt genoemd. Via een jaagpad rijd ik richting Weert en Venlo.

In het begin nog met af en toe andere rijders om me heen, maar dat wordt gaandeweg minder en minder. Al blijven er de hele tijd lichtjes opduiken… In Venlo wemelt het opeens weer van de deelnemers. Hier zijn natuurlijk twee bruggen en meerdere wegen Duitsland in.

Ik zie een deelnemend paar (cap 251) reflectoren stelen op het station (verplicht door de organisatie maar niet iedereen had deze) en her en der deelnemers de weg door de stad zoeken. Ik ga via Straelen naar het noorden en besluit dat wanneer de zon op is gekomen en de bakkers opengaan, het tijd is voor een eerste snelle stop.

Duitse bakkers word ik altijd blij van, maar ik houd de pauze zo kort mogelijk en eet de broodjes op de fiets. Via Wesel ga ik de Rijn over om zo de Rurhpot én een pak hoogtemeters te vermijden. Tot nabij Soest lukt dat, maar dan komt er toch reliëf in het landschap en beginnen de eerste hoogtemeters op te tellen.

Eerst kleine heuvels, maar langzaam worden ze steeds hoger. Heel af en toe kom ik nog andere deelnemers tegen. In Kassel stop ik nog een keer bij een bakker, nu wat uitgebreider, om te pauzeren en een hotel te boeken.

Het wordt Erfurt, wat nog een dikke 100 km verder is. Na Kassel zie ik af en toe Leandro rijden. Hij volgt min of meer dezelfde route als ik, maar steeds via een zij/parallelweg.
Op een gegeven moment duikt hij, net als er een enorme hagelbui losbarst, weer voor me op. We schuilen allebei op een andere plek, maar als we elkaar weer zien moeten we het hier even over hebben en rijden een stukje naast elkaar.

Op een gegeven moment ben ik het beu en laat hem van me wegrijden op een klim door hier zelf even te gaan eten. Boven op diezelfde klim staat een Dotwatcher.
Ik stop om voor de afdaling mijn jack dicht te doen en hij biedt eten aan. Ik vertel hem dat dit echt niet de bedoeling is en rijd door. Aanmoedigingen super, super leuk, maar als je dit doet, begrijp dan wel hoe een race als deze in elkaar steekt. Ik rijd verder en zie tot vlak voor Erfurt op 300-400 meter steeds een rood lampje van Leandro voor me, die nog steeds min of meer dezelfde wegen volgt. Net voor de stad raak ik hem kwijt en duik ik mijn hotel in. Meer dan 24 uur gefietst en bijna 640 km verder.
Mooie eerste dag.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Deze route liep min of meer parallel aan de zogenaamde Rheno-Hercynische zone, een 320 miljoen jaar oude plooigordel die ontstond toen Avalonia (Belgie, Nederland, Noord-Duitsland) onder continenten ten zuiden (Armorica en andere) dook. De gordel is (gelukkig) grotendeels vlak geërodeerd inmiddels.

Dag 2

Na een kleine vier uur in het hotel kijkt de nachtportier, die me ook heeft binnengelaten, me vreemd aan als ik alweer wil gaan. De stad uit heb ik moeite mee, tramrails ligt in de weg en Duitsland is gemaakt voor een andere heilige koe dan mijn fietsje. De stad uitrijdend kom ik een andere renner tegen waarvan ik zijn naam noch cap nummer weet,
maar ik zal hem vandaag vaker tegen komen.

Na 500 meter scheiden onze wegen al en ik pak het eerste bakkertje. Helaas valt de schnecke slecht en mag ik met een zware maag door de heuvels naar Jena en Chemnitz. De heuvels worden iets hoger en het landschap hierdoor iets anders. Via de bossen kom ik bij het fraaie plaatsje Rennenburg, maar als ik daar besluit wat te drinken te halen maakt de tankstationhoudster ruzie met me.

Ik mag niet naar de wc, geen water bijvullen en alleen cash betalen voor de boodschappen die ik bij ze wilde doen. Ik word er koppig van en loop boos weg. Niet heel handig want ik heb dorst, het is heet en het kost tijd om nog een keer te stoppen. Goed wat tijd verloren dus, maar bij het volgende tankstation zijn ze wel aardig. Dit laad me op om door het stoplichtwalhalla van Chemnitz te rijden.

Na deze stad gaat er echt geklommen worden. Op een stukje van de klim de stad uit rijdt Dotwatcher Christoph mee. Hij snapt de regels, gaat keurig op passende afstand naast me rijden en zorgt dat ik altijd voor hem zit zodat draften niet mogelijk is. Hij rijdt vijf minuten met me mee en het is fijn even een gesprekje te voeren. Vanaf hier is het de bossen door en via een paar hele steile stroken naar Tsjechië. In dit gebied kom ik dezelfde jongen als vanochtend tot drie keer toe tegen. Net andere route, maar wel hetzelfde gebied.

Ondertussen nadert Tsjechië en we hebben van Lostdot (de organisatie) melding gekregen dat het verplichte parcours is aangepast. Dit levert de nodige stress op want in Tsjechië heb ik lang geen bereik en ik wil niets fout doen op het parcours. Gelukkig weet ik net voor de start de nieuwe route te downloaden en ik maak van de mogelijkheid van ontvangst meteen gebruik om een hotel te boeken met 24-uurs receptie.

Dan begint parcours één, meteen een loodzware, steile klim met meer dan 450 hoogtemeters. Bovenop is het tot het checkpoint vooral genieten van het uitzicht. Als 23e kom ik bij het checkpoint en ik push door naar het tweede, en zwaarste gedeelte van het segment. Ik heb meteen door dat dit lang kan gaan duren en dubbel check of de 24-uurs receptie wel echt aanwezig is, want ik wil na het parcours graag slapen. Het wordt donker en ik zie veel dieren, waaronder dassen.

Zwaar is het, maar ook genieten, totdat er een stukje downhill off-road aankomt. Is dit wel de route? Ja echt, het Wahoo stippellijntje loopt er, dus we moeten erover, ook al zie je niet eens een pad. Stukje fiets door het weiland ploegen dan maar. Ik ga redelijk stuk hiervan, en snak naar het einde.

Dit komt wel, maar blijkt niet het einde van de dag te zijn, want de beloofde, en bevestigde 24-uurs receptie is niet aanwezig. Hierdoor mag ik nog 7km de verkeerde kant op (dus 14km extra op de totale route) om toch te kunnen slapen. Gelukkig is de receptioniste heel aardig en mag ik de fiets meenemen naar de kamer.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Net als gisteren leidde de route langs de Rhenohercynische plooigordel, 320 miljoen jaar geleden, zoiets als de Himalaya. Maar langs flinke stukken liggen rode zandstenen, die veel als bouwsteen gebruikt worden: woestijnzanden die vormden in het hart van het oercontinent Pangea.

Dag 3

Door de nachtelijke escapades van gisteren ben ik veel later gaan slapen dan gepland en besluit ik te blijven liggen tot het ontbijt wordt geserveerd. Scheelt weer tijd met elders ontbijten, maar ik baal dat ik veel tijd heb verspild en nu de route ergens anders moet oppikken. Gelukkig ben ik het Reuzengebergte uit en zijn de eerste paar kilometers vlak. Het is ook wat koeler dan gisteren, met af en toe een druppel.

Toch blijft het maar even echt vlak en rondom Kladno komen er ook weer steile stukken. Voordeel is dat het wel mooier wordt, want landbouw maakt plaats voor bossen. Ik heb alleen het idee dat het niet opschiet, met name als ik op wegwerkzaamheden stuit waardoor ik flink om moet rijden. De kortste weg vond ik al lang genoeg. Toch maar door. De wegen zijn allemaal kaarsrecht, waardoor ze soms ook erg steil zijn. Bij Holoubkov zie ik een andere renner en ik kom langzaam dichterbij. Het blijkt Max (cap 230) te zijn. Ik kom bij hem bij een wegopbreking waar hij omdraait. Ik heb geen zin in weer een omleiding dus besluit er doorheen te gaan. Max, die al omgedraaid was, bedenkt zich en we gaan samen de werkzaamheden door. Dit scheelt toch zo 5 km omfietsen. Na dit stuk begint het bijna direct te regenen. In hetzelfde bushokje trekken we regenkleding aan en maken even een kort praatje. We willen beiden door en zo rijden we een stuk lang op z’n 200 meter van elkaar verder.

Op een lange lopende klim schud ik Max van me af. De bui is een korte, en na 20 min is het weer warm en tijd om kleding in te ruilen voor factortje 50. De rest van de dag gaat het op en af en bijna overal is het steil. Voor mijn gevoel duurt het een eeuwigheid tot we de Duitse grens bereiken, wat ik in mijn hoofd als finish heb aangeduid. Aan het eind van de middag bereik ik de grens, wat ik meteen aan het wegdek merk. De avondzon is heerlijk en ik besluit in Landshut een hotel te boeken en nog even wat kilometers te maken. Te meer omdat de wegen wat vriendelijker (minder steil) zijn dan in Tsjechië. Voor het avondeten was ik van plan snel bij een supermarkt wat te kopen en alles op de fiets te eten, totdat ik een snackbar langs de weg zie.
Normaal is het geen goed teken als er geen klanten staan, maar nu denk ik alleen maar dat dit wachten scheelt. En inderdaad: binnen 5-10 min zit ik aan een warme pizza met broccoli en andere groenten. Geen geweldige pizza, maar mijn eerste warme maaltijd sinds de start. Na het eten blijkt dat ik mag afdalen naar het Donau dal. Een meevaller, waar ik niet helemaal op had gerekend. De kilometers gaan weer een stuk sneller voorbij. Ook nu het donker wordt blijft het tempo erin. De laatste kilometers, op een fietspad naast een drukke N-weg, zijn hierdoor doodsaai, maar gaan wel snel. Rond middernacht kom ik aan bij het hotel, wat een enorm chique landhuis blijkt te zijn met een geweldig luxe kamer waar ik heerlijk 4 uurtjes van mag genieten.

@GeoTdF over dit deel van de route:

De route leidde vandaag naar het zuiden, door de uitlopers van het Boheemse Massief van Tsjechië. Dat massief is nog steeds heuvelachtig, maar was ooit zo indrukwekkend als het Tibetaans Plateau! Erosie en zwaartekracht hebben het verlaagd, maar jonge vulkanen, van de laatste tientallen miljoenen jaren, hebben de boel ook weer opgeheven.

Dag 4

Omdat het vlak is, en ik het gevoel heb wat tijd te zijn verloren, sta ik extra vroeg op. Rijden in het donker over vlakke wegen schiet op, plus de temperatuur is nog aangenaam. In het donker door de stad rijden heeft ook altijd wel wat. Ik heb de route om München heen gelegd en geprobeerd een zo’n gelijkmatig mogelijke klim de Alpen in te krijgen.
Soort van de hele dag vals plat. Het loopt lekker, ik heb goede zin en zing liedjes op de fiets.
In Höhnenkirchen-Siegertsbrunn, een typisch Beiers plaatsje, ontbijt ik met brood, taart en alles waar ik zin in heb. De bakkersvrouw kijkt me vreemd aan als ik nog eens bij bestel voor onderweg. Na de bakkerij rijd ik een stuk door het bos en wanneer ik daar uit kom zie ik de Alpen liggen. Ik kom op een prachtig stuk langs de Jachen en Walchensee en rijd zo via Mittenwald Oostenrijk in. De hele dag gaat het lichtjes omhoog, maar voor het stuk naar de Oostenrijkse grens moet ik toch even een serieuze inspanning doen, om daarna weer op een heerlijk lopende klim terecht te komen. Goed uitgedacht stuk route.

In Oostenrijk komt Jens, een Dotwatcher, me gezelschap houden, maar eigenlijk zit ik hier niet op te wachten. Als hij ook nog eens voor me wil gaan rijden stuur ik hem weg. Ondertussen is het heet geworden en zelfs de afdaling naar het Inndal koelt niet. Tijd voor resupply, insmeren en ijs. Bij de supermarkt in Telfs verkopen ze gelletjes en daar neem ik er een zwik van mee. Ik maak een opmerking dat ik ze nodig heb voor een avondje PlayStation spelen, maar de verkoper kijkt me slechts raar aan. Via het Inndal rijd ik naar Landeck, waar ik met een reuze vaart word ingehaald door Juhani (cap 143).

In Landeck begint het te regenen, maar ik draai af naar het zuiden, en goed kijkend naar het dal en de wolken gok ik erop dat doorrijden me droog gaat houden. Klimmend naar de Italiaanse grens zie ik dat ik gelijk heb. Ik krijg wat spetters, maar hou de grote regen achter me. Ik kom Amrei (cap 14) tegen en zij blijkt dezelfde gedachte te hebben. Ik klim sneller, dus laat haar na een korte babbel achter me. Vanaf Pfunds wordt het steiler, maar ik zit er lekker in, dus fiets lekker door. Wel wordt het langzaam donker, en ik besluit voor de Umbrail pass een hotel te zoeken. In het donker klimmen durf ik wel aan, maar de afdaling naar Bormio wil ik met daglicht doen. In Burgeis zoek ik een pension, al zoekende halen Amrei en Juhani me in, zij durven het wel aan om te dalen in het donker. Ik vind een pension en moet onderhandelen over de fiets op de kamer, maar met de uitleg van de race lukt dat. De pensionhouder biedt me met deze uitleg zelfs herstel repen, brood, fruit en drinken aan en leent me zijn slippers om te kunnen pinnen om de hoek. Prima eindplek voor vandaag, al zal ik door deze vroege stop wel door een hoop mensen worden ingehaald. Het zij zo.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Op weg naar het jonge gebergte van de Alpen, dat in de laatste 80, maar vooral tussen 30 en 10 miljoen jaar geleden vormde. Puin uit de Alpen is in Zuid-Duitsland gedumpt, en vormde de lagen die langs de route ontsloten waren.

Dag 5

Om niet al te veel te verliezen op de mensen die wel de Stelvio in het donker durven af te dalen besluit ik de wekker om 3 uur te zetten. Ik lig er vroeg in, dus ook weer vroeg op. In het donker omhoog durf ik wel, dus dat doe ik. Dit zorgt ervoor dat ik een prachtige zonsopgang heb op de Umbrail pass. Het is leeg, iedereen slaapt nog en het ziet er fantastisch uit. Wel is het zwaar om dit met een niet al te optimaal ontbijt te doen. Gelukkig staat er twee kilometer voor de top een ijsje voor me klaar. Hetty en Niek hebben hier namelijk een wegschildering gemaakt met mijn naam erop en ijsjes. Fantastisch!!!

Eenmaal boven pak ik me in, want anders word ik zelf een ijsje; het is fris boven de 2000 meter. Eenmaal beneden ben ik inderdaad een soort van ijsje, dus zoek ik een bakker om me op te warmen. Warme choco en taart als ontbijt, daarmee kan ik wel aan de Gavia beginnen. Maar eerst naar checkpoint 2, waar ik als 29e binnen kom. Wat plekken verloren, maar de afdaling in het donker was het me niet waard. Ik ga door de Gavia op, waar inmiddels ook een aantal wielertoeristen aan zijn begonnen. Dat is leuk, want de meesten kan ik inhalen, waardoor ik steeds mikpunten heb. Ik groet ze allemaal vriendelijk, ze moesten eens weten wat ik al in de benen heb. Op de top van de Gavia staat de media auto die foto’s van me wilt maken en een interview wil doen. Ik vind het prima, gezien ik toch even warme kleding voor de afdaling aan wil trekken. Ik neem er de tijd voor, want een praatje is -als je de hele dag alleen bent- best wel even lekker. Daarna dalen maar. Geen fijne afdaling, maar wat moet dat moet. Het is warmer geworden en ten opzichte van de Stelvio afdaling gaat dit toch eigenlijk een stuk lekkerder.

Weer beneden is het weer werken met mijn eigen route. Ik heb de Tonale pass in de planning om daarna de Alpen redelijk simpel weer uit te rijden. Op deze pass haal ik Aidan (cap 127) in die duidelijk geen klimmer is. Hij lijkt wel stil te staan. Goed voor de moraal, maar Burgas is nog erg ver. De afdaling over de grote weg voelt niet fijn en ik besluit het fietspad te nemen. Dit loopt een stuk lastiger door het draaien en keren, maar ik voel me er beter bij.

Beneden vind ik een ijskraam / delicatessenzaak, wat een ideale lunchplek is. IJs, zelfgemaakte Apfelstrudel, fruit en broodjes voor onderweg; dat is precies wat ik nodig heb. Perfect om mee door te gaan naar de Povlakte. Ik kom in de vallei in de buurt van Trento en zie ten westen van me wolken opkomen. Mooi, want ik ga de andere kant op. In
Trento ga ik inderdaad naar het oosten en heb ik nog een smerig steil klimmetje voor de boeg. 20 plus procent en ik ga hier helaas lelijk op mijn bek. De ketting vloog er namelijk af en wanneer je in het luchtledige trapt is het snel klaar bergop. Het is zonder erg, maar dit betekent wel dat ik een stuk moet lopen.

Met ruime dubbele cijfers weer op gang komen lukt me niet. Ik ben er even door ontregeld en besluit een stuk pizza te halen om mijn gedachte te verzetten. Dit helpt, en na de pizza zit ik er weer lekker in. Totdat het begint te regenen, en niet een beetje ook. De regen die ten westen van me hing heeft me ingehaald.

Ik ben in een stuk niemandsland als het begint, dus rijd door naar de eerste de beste schuilplek: een viaduct waar twee plaatselijke wielrenners ook schuilen. Ik voel dat ik het koud krijg. Voor de afleiding maak ik een babbel met de twee renners. Ze zeggen dat het wel vier uur aan kan houden. Door regen fietsen vind ik niet erg, maar de stortregen die dit is gaat me geheid parten spelen als ik nu door push. Ik besluit, ook al is het 5 uur in de middag, nu te gaan slapen en dan om middernacht, wanneer het is opgeklaard, door te zetten. Ik vind een hotel binnen 2 kilometer, check in, doe boodschappen voor de nacht en warm op.

@GeoTdF over dit deel van de route:

De steile pieken van de Alpen bestaan uit gesteenten die afgeschraapt zijn van de Europese plaat, die tussen 80 en 10 miljoen jaar onder de noordelijke uitloper van de Afrikaanse plaat dook. Het nog intacte deel heet Adrië en ligt onder de Po-vlakte en de Adriatische Zee. Oorspronkelijk was het veel groter en liep het tot Oost-Turkije:
Groot-Adrië. De geplooide rand van Zuid-Adrie ben ik in de Dolomieten aan het eind van de dag tegengekomen.

Dag 6

De wekker gaat om middernacht. Voelt raar om nu op te staan en onconventioneel om nu te fietsen, maar ik rijd als wedstrijd, en kijk liever vooruit dan achteruit. Als ik wegga is het inderdaad net droog.

De timing is goed en het eerste stuk is ook nog eens een fietspad, wat makkelijk rijden is. De kilometers worden zo makkelijk gemaakt. Op een gegeven moment moet ik denk ik naar een ander dal, want de Scale di Primolano moet ik over. Kennelijk is de Giro hier ook overheen gegaan, want er staan namen als Landa op de weg, maar dat verbleekt natuurlijk bij het ijsje dat voor mij op de weg stond.

Het wegdek is nog nat, wat er volgens mij voor heeft gezorgd dat ik bij Feltre lek rijd. Plakken in het donker duurt lang, vooral het vinden van de kwaal, maar ik heb geen zin om snel weer lek te rijden dus neem de tijd om het goed op te lossen. Na het euvel gevonden te hebben rijd ik verder, maar ik merk dat door de nacht rijden wel energie kost. Er is nog niets open en ik ben blij wanneer ik in Quero Vas een truckercafé tegenkom voor de nodige espresso. Dit helpt me verder, en wanneer de zon opkomt en ik de Povlakte in rijd, ben ik weer helemaal ok. Het enige jammere is dat dit een vreselijk saai stuk is. Ik zing liedjes speel spelletjes met nummerborden en houd me zo bezig, want veel boeiends is er niet te zien.

Om de twee uur stop ik voor een snelle espresso en de koffieserveerster die rechtstreeks van de RAI is weggeplukt is, is voorlopig het hoogtepunt uit de Povlakte. Rondom Triest wordt het heuvelachtiger en merk ik dat ik aan de kust kom. Er komt reliëf in het landschap en de vegetatie verandert. Hier begin ik wel erg moe te worden, dus ik besluit te stoppen voor een ijsje en een powernap. Dit doet me goed, en zo kan ik weer doortrekken. Ik rijd om Triest heen en voor ik het weet ben ik Slovenië ingeklommen, waar het wegdek meteen slechter wordt. Dat belooft wat voor de Balkan. Het stukje Slovenië is heel kort, ik heb eigenlijk niet eens door dat ik Kroatië nader en opeens staat daar een douanier te vragen om mijn paspoort. Geen stempel nodig hier en doorrijden maar. Het wordt heet, heel heet, en er zijn geen voorzieningen in dit stuk. Ik zit op een ellenlange B weg met niets.

Heel mooi en genieten, maar het heeft ook een eindeloosheid in zich. Op een stukje afdaling waait het zo hard, dat ik op het binnenblad moet bijtrappen. Op het moment dat de eindeloosheid me begint te ergeren, kom ik in de buurt van Rijka, een grotere stad. Ik besluit hier pizza te eten en een plan te maken. Dit wil echter niet lukken; ik kan nergens met kaart betalen en pinnen lukt ook niet in de drukke binnenstad. In de buitenwijk probeer ik het opnieuw en vind nu de rust. Merk dat ik moe ben, dus ik ga niet al te ver meer doorfietsen. Bovendien heb ik blaren van het rijden in dezelfde sokken en komen de pijntjes. De blaren los ik op door vanaf dit punt dagelijks nieuwe sokken te kopen, de andere pijntjes leer ik mee leven.

Ik vind een hotel aan de andere kant van de stad, een stukje om, maar ik moet even mezelf verzorgen zodat ik morgen weer verder kan.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Na de afdaling uit de Dolomieten reed ik de hele dag door het oorspronkelijke Adrië, en bevond ik me op de Afrikaanse plaat. Het was dus echt Transcontinentaal! In Slovenië reed in langs de oost-rand van het intacte Adrië, maar ook Istrië, in Kroatië, aan het einde van de dag, was nog steeds Afrikaanse plaat.

Dag 7

Van mezelf mocht ik iets langer slapen deze nacht, maar ik werd voor de wekker wakker. Gaan dus. Het is nog donker en lekker fris. Mijn route gaat door Kroatië en volgt de kust, maar dan net achter een heuvelrug, want ik heb uitgevonden dat het daar net wat vlakker is. Ik slaap aan de kust. Dit betekent wel dat ik eerst die rug over moet. Met de zon die langzaam opkomt is dit fantastisch. Ik heb een B-weg en moet tot ongeveer 800 meter klimmen. Er is geen of nauwelijks verkeer en ik zie de Adriatische zee en de ruige kust van Kroatië van een steeds grotere hoogte. Er is ook wild: ik schrik van een wild zwijn dat voor me oversteekt en er staan talloze wilde paarden op dit stuk van de route.

In de eerste 40 kilometer maak ik zo’n 1000 hoogtemeters. Gelukkig is er aan de andere kant van de berg een lang stuk hoogvlakte. Eenmaal hier klap ik even een espresso weg en beginnen de kilometers sneller te gaan. Het is wat mistig, wat er vreemd uitziet, maar dit houdt het nog koel, dus ik ben er wel blij mee. Tot Gračac blijft het redelijk vlak en koel, maar ik zie op mijn Wahoo dat het hierna pittiger zal worden. Ik gebruik dit dorpje dan ook om nog even goed in te slaan. En pittig wordt het inderdaad. Het begint met een zware klim en op een vierbaans weg. Het is geen snelweg, maar voelt wel zo, want tot Knin blijft het verkeer langs me razen. Niet leuk.

In Knin besluit ik even bij te komen en wat te drinken. Ik kom weer op een zelfde soort weg, maar deze wordt rustiger en rustiger, en na een tijdje gaat mijn route gelukkig over kleinere wegen. Wat een verademing. Tot Sinj blijft het rustig. In dit stadje loop ik vast op een of ander sportevenement dat nog in opbouw is.

Grote tribunes rondom een mulle zandbaan staan klaar. Het is een apart gezicht zonder mensen erbij. Omdat ik loop te klooien, besluit ik hier even de rust te pakken en meteen een hotel te boeken. Ik besluit tot Bosnië-Herzegovina te rijden en daar te overnachten. De weg gaat via Imotski naar de grens en hier wordt het weer steeds drukker. In een van de dorpjes staat het verkeer zelfs vast. Ik zig-zag er omheen en zie dat hier een festival bezig is. Goede sfeer, muziek en mensen die met allerlei dozen drankjes aan het sjouwen zijn. Dit verklaart de drukte én waarom het na dit punt meteen weer rustig is. Om in Imotski te komen moet ik nog een bergje over, het begint te schemeren en deze combinatie zorgt voor een fantastisch uitzicht over de vallei waar dit stadje in ligt. Bij een uitzichtpunt besluit ik even te stoppen voor een foto. Het is een race, maar soms moet je ook genieten van de situatie waar je in zit.

Hierna is het afdalen naar de stad en wordt het snel donker. Wanneer ik de stad door ben en bij de grens kom is het dat ook. Er staat een flinke rij voor de grens, maar ik rijd hier omheen. Net voor de douane laat een auto me voor en voor ik het weet heb ik de stempel van Bosnië in mijn paspoort staan. Ik stop om mijn paspoort op te ruimen en de auto die me voor liet doet hetzelfde. Hij vraagt of ik aan het racen ben en een slaapplek nodig heb. Die kan ik natuurlijk niet aannemen maar het is uiterst vriendelijk. Later vindt hij me op social media, blijkt hij Robert te heten, te dotwatchen en krijg ik nog aanmoedigingen van hem. Erg goede binnenkomst in dit land. Vanaf de grens is het nog een dikke 25 km naar mijn hotel nabij Grude. Een prachtig stadje wat heel levendig is. Ik moet slapen, maar was graag op het terras gaan zitten om samen met de locals handbal te kijken. Want dat wordt hier gespeeld. Toch ben ik blij als ik mijn nest in kan duiken.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Vroeg in de ochtend stak ik de grens over naar afschraapsels van Adrië: de Dinariden. Dit zijn vooral geplooide koraalriffen die hoge witte bergkammen maken. Adrië mag dan de bovenliggende plaat zijn in de Alpen, in de Dinariden duikt het naar het oosten en maakt het een gebergte waar ik vooral parallel doorheen reed.

Dag 8

Nadat ik me weer op de fiets heb gehesen rijd ik een stukje terug naar Grude. Hier zijn 24-uurs tankstations en hoop ik ontbijt te vinden. Uiteraard weet ik dat ik niet te veel moet verwachten, maar ze hebben nóg minder dan verwacht, wat een slechte start is. Ik rijd door en gok erop in Mostar mijn slag te slaan. Dan zie ik in Široki Brijeg een bakkerij die al open is. Er zitten drie jongens te eten en ik ga er ook naar binnen. Ze helpen me de bakkersvrouw uitleggen dat ik geen vlees op mijn broodje wil en wenken me bij hen te gaan zitten. Er volgt een moeilijk gesprek in de zin van taalbarrière, waarin ik moet uitleggen wat ik aan het doen ben.
Het is gezellig met ze en op het moment dat ik wil afrekenen mag dat absoluut niet. “If you come all the way to Bosnia by bike, we’ll show you Bosnian hospitality”. Ik wil ze niet gaan uitleggen dat ik dit eigenlijk niet mag aannemen binnen de regels van de race dus besluit er vrede mee te hebben. Ze zijn er immers ook helemaal niet op uit om me op die manier te helpen. Ik wilde eigenlijk nog bijbestellen voor onderweg maar dat durf ik nu niet aan. Dat doe ik dan wel in Mostar. Deze ontmoeting geeft me meteen goede zin en fluitend kom ik aan in Mostar waar ik brood bij koop alvorens ik de bergen in ga.

Te beginnen met een prachtige klim naar Kokorina. Het eerste stuk hiervan is zwaar, maar doordat je snel hoogte maakt is er meteen uitzicht op het dal. Het tweede deel vlakt af en is winderig. Iets minder boeiend en mentaal taaier dan het moeilijkere eerste deel. Het is alweer warm geworden en dus vul ik meteen water bij in het dorpje op de top. Hierna volgt een afdaling naar Nevesinje en vanaf daar blijf ik een lang stuk op een plateau dat op ongeveer 850 meter ligt. Er volgt een prachtige weg naar Gacko door een nationaal park.

In Gacko is het wederom inslaan, want hier gaat een steile klim naar de grens met Montenegro volgen. Het is een illegale grensovergang, maar ik heb een applicatie gedaan voor een permit. Ondanks dat ik deze nooit heb ontvangen, ga ik ervoor. Het is steil en lang en er lopen koeien in de weg, maar ik kom boven. Gelukkig heb ik dit stuk route goed bestudeerd en weet ik dat de routebouwer me liever over het stuk gravel stuurt dan het asfalt, maar ik weet beter en fiets om een gravel stuk heen.

Zo kom ik illegaal in Montenegro, waar mag ik afdalen naar checkpoint 3. Hier zitten Dennis, Max en Aiden te eten en ik besluit aan te schuiven voor een goede maaltijd. Deze zal nodig zijn, want het verplichte parcours is zwaar en heeft geen voorzieningen. Van de vier op het checkpoint was ik als laatste weg, maar Aiden heb ik in de eerste kilometers van het parcours al te pakken. De route volgt de panoramaweg naar Durmitor. Misschien wel het mooiste stuk van de gehele TCR. Allereerst rijd ik door de rotsen met uitzicht op het blauwe stuwmeer waar CP3 aan ligt, eenmaal op hoogte volgt een soort van grassig steppe landschap met vergezichten, en dan volgt Durmitor, wat een fantastische berg is. Ik kan iedereen aanraden hier naartoe te gaan.

Op het eind van het parcours is het afdalen naar Žabljak, een ski-oord met supermarkt om inkopen te doen voor de nacht. Daar zitten Max en Dennis al een broodje te eten, dus ik vergezel ze wederom en ben wederom als laatst van de drie weg. Het parcours ligt achter me, maar de bergen ben ik nog niet uit. Ik besluit in Servië een hotel te boeken en toch nog wat meters te maken.

Het laatste stuk door Montenegro blijft mooi en ik baal wanneer het donker wordt rondom Pljevlja. Vanaf hier is het klimmen naar de Servische grens. Helaas is deze weg pikkedonker en zijn er wegwerkzaamheden, waardoor het eigenlijk een gravelpad is geworden. Niet erg prettig en ik moet geconcentreerd blijven. Hierdoor kan ik me niet druk maken over de ontbrekende stempel in mijn paspoort en sta ik een half uur later zorgeloos bij de douane. Die kijken nauwelijks naar de stempels en ik kan probleemloos verder met de stempel van Servië op zak.

Nu is het afdalen naar Prijepolje, maar dat is allesbehalve fijn. Het is koud geworden en met duizenden kuilen in de weg ga ik wat verkrampt omlaag. Het lijkt uren te duren, en ik ben blij als ik in de bewoonde wereld ben en mijn hotel kan opzoeken.

@GeoTdF over dit deel van de route:

De route boog vandaag af naar het oosten, waarbij ik over steeds hogere gesteenteplakken reed die in de afgelopen 130 miljoen jaar afgeschraapt zijn van Groot Adrië. Uiteindelijk kwam ik in de hoogste eenheden terecht: 170 miljoen jaar oude oceaankorst die ooit tussen Adrië en Europa lag en waar Adrië lange tijd ondergeduwd is, de zogenaamde Sava oceaan. Na een hele dag klimmen was ik op 5 km oceaandiepte aangekomen.

Dag 9

Zoals elke dag weer vroeg op. Gebruik maken van de koelte in de ochtend en zoveel mogelijk tijd benutten.

Ik rijd het stadje uit naar de eerste klim, maar kom erachter dat dit een gravelklim is van meer dan 5 km en erg steil. Dat ga ik niet doen. Terug naar het stadje waar ik een koffiebar vind, espresso drink, en mijn route tweak. Via de grote weg ga ik naar Nova Varoš en hoop daar de route weer op te pikken. Daar lijkt het helaas niet beter en ik besluit nog verder om te rijden. Via een stuwmeer ga ik verder de bergen in.

Het wordt al snel warm en het is een zwaar stuk, mentaal ook omdat ik niet weet hoeveel ik om moet rijden. Best een eind, blijkt als ik in Svestica pas de route weer oppak. Hier heb ik nog een echte klim en dan mag ik, per saldo, af gaan dalen. Per saldo, want er is geen meter vlak en het is bloedheet. In Guca stop ik voor lunch en doe ik op het terras een powernap. Dit helpt, maar de hitte gaat er niet mee weg. Het is wel zo dat de bergen langzaam heuvels worden en de kilometers sneller gaan.

In Čačak haal ik een broodje en als ik op de fiets stap kom ik Max tegen. Hij heeft wel in de ochtend die gravelklim gedaan en zei dat het erg zwaar was. Goede call dus de route om te leggen. We rijden even samen, maar op de grote weg is naast elkaar rijden te gevaarlijk en laat ik Max gaan. Hij rijdt momenteel sneller dan ik. Ik ben blij als ik van de grote weg af kan, het landschap wordt meteen vriendelijker. Veel fruitbomen en leuke plaatsjes. Langzaam daal ik af naar de Donau vallei.

Ik kom op vlak terrein, maar het duurt nog kilometers voor ik bij de Donau kom. Het is donker geworden, maar ik had het zo gepland dat ik in het donker redelijk vlakke wegen zou hebben, zodat de vaart erin kon blijven. Hierdoor haal ik een aantal mensen in die de kortere route door de bergen hebben verkozen. Eenmaal aan de Donau moet ik nog een 75-tal kilometers tot mijn hotel. Het is een lange weg met in daglicht uitzicht op de rivier. ‘s Nachts is er echter niet veel aan en is de route slaapverwekkend. De laatste twintig kilometer zijn dan ook erg taai, maar ik ruik de finish van vandaag en voltooi de rit probleemloos.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Na het klimmen door Adrië stak ik vandaag de zone over waar de oude Sava oceaan verdwenen is, een zogenaamde sutuur die NW-ZO door Servië loopt. Daarna reed ik door een nieuw pakket afschraapsels, maar deze keer afkomstig van Europa, die in Servië oostwaards geschoven zijn. Gelukkig zijn die een beetje uit elkaar getrokken zodat het vlakke(re) bekkens zijn geworden.

Dag 10

Omdat ik de hele nacht heb doorgereden en geen eten heb, besluit ik het ontbijt van het hotel mee te pakken. Het is een vreemd hotel, doet zich pretentieus voor maar is meer een jeugdherberg. Ook zaten erg geen stopcontacten in de kamer. Anyhow, ze hebben een prima ontbijt en ik zie dat ik inmiddels in de buurt van een grote groep deelnemers ben gekomen.

Ik heb vooralsnog mijn eigen plan getrokken, maar de laatste dagen zijn aangebroken en ik wil proberen nog wat plaatsen op te schuiven in het klassement. Na een snel ontbijt ga ik onderweg. Doordat ik wat later ben opgestaan is het al snel heet. In het laatste dorpje in Servië doe ik inkopen, en aangezien ik nog veel Dinars heb besluit ik hiervan ook een paar nep crocs te kopen voor parcours 4, wat een onverhard stuk is en ik verwacht veel te moeten lopen. Na de inkopen is het door naar de grens.

Hier zie ik een aantal andere deelnemers pauzeren, dus ik haal ze in. De grensovergang is verschrikkelijk, de douane is aardig maar om het land in te kunnen moet iedereen zo’n 5 km over de snelweg rijden. E-wegen mogen niet van de organisatie, maar dit is een van de uitzonderingen omdat je anders het land niet in komt. Het laat meteen het beste van
Roemenië zien: denderende trucks, getrippel langs de snelweg en een enorme stank. In Drobeta-Turnu Severin kan ik van de snelweg af en ik besluit meteen te pinnen. Helaas is de enige pinautomaat die ik vind, buiten gebruik. Ik besluit bij het eerste tankstation te proberen of je met kaart kan betalen en als dat zo is verwacht ik weinig problemen zonder cash. Dit blijkt het geval en ik neem even pauze bij het tankstation.

Ondertussen komt er een Franse jongen gestresst binnen. Hij rijdt als duo en als ik vraag waar zijn wederhelft is roept hij iets als “I don’t know where that fucker is”. Die hebben het dus gezellig. Na het tankstation blijf ik alert voor een betaalautomaat, maar ik vind niets. In de grotere plaats Târgu Jiu ook niet, hier moet ik namelijk omheen om de “verboden” E-weg te ontwijken. Na dit plaatsje ga ik van de grotere wegen af, wat rust geeft, niet continu opgejaagd door honden en verkeer.

Wel merk ik dat zonder cash dingen kopen moeilijk gaat worden, dus ik besluit een hotel te boeken nabij de cp4 en hoop daar dan te ontbijten zodat ik voldoende slaap én eten heb voor parcours 4. Er is echter niet meer veel beschikbaar dus neem ik genoegen met eentje die wat verderop ligt. Ondertussen kom ik Max wederom tegen en samen beginnen we aan de slotklim van de dag: Transalpina vanaf de zuidkant. In de schemering nog even naar 2000 meter hoogte. We rijden ongeveer hetzelfde tempo, dus blijven bij elkaar de hele klim zien. Stuivertje wisselen. Een paar keer word ik opgejaagd door honden. Dit keer geen wilde, maar herdershonden die vinden dat ik te dicht op de kudde kom. Niet fijn, maar deze beesten zijn beter te begrijpen dan de wilde honden die me eerder bejaagden op het vlakke. Van de kudde af fietsen en ze worden rustig. Daarbij is er altijd een herder in de buurt die ze rustig houden kan.

Hoe dan ook geen pretje bergop. Langzaam maar zeker bereiken we de top, volgens mij prachtig, maar wel donker. Op de top trek ik een jasje aan. Max komt me voorbij en zegt see you at CP4.

Ik denk alleen aan mijn hotel en rijd daar zo snel mogelijk naar toe. Ik rijd CP4 voorbij, denk haal de stempel morgen wel, ik wil slapen. Het hotel blijkt alleen verder weg dan gedacht en wanneer ik er echt klaar mee ben en de booking nog eens bekijk blijkt dat deze maar tot 10u receptie heeft. Voor niets doorgefietst en er zit niets anders op dan omdraaien en slapen bij de CP4. Dit geintje kost me twee uur en resulteert in een heel slechte nachtrust. Er zijn geen kamers meer beschikbaar, maar ik mag op de poef in de lobby liggen. Ondertussen word ik wakker gehouden door twee dronken Roemenen die de bar dame proberen te versieren.

@GeoTdF over dit deel van de route:

Gisteravond en vanmorgen stak ik voor het eerst de Carpathen over, in west-Roemenië. En dat deed ik langs een kloof die de Donau heeft uitgesleten: een uniek ding! Rivieren ontspringen doorgaans in gebergten en stromen er vanaf, in plaats van er dwars doorheen. Dat moet betekenen dat de Donau ouder is dan de Carpathen en insleet tijdens de opheffing.

Dag 11

Ik word brak wakker en weet dat ik zonder ontbijt het zwaarste parcours van de Transcontinental Race moet gaan doen. Eerst de Transalpina weer op en dan via een gravelpad afdalen naar Brezoi. Ik eet maar twee reepjes en tel de rest. Heb er nog vier over voor een traject dat waarschijnlijk 6 uur duren gaat. Slecht voorbereid.

De rest van de groep waar ik in zat is al weg en plek 25-30 lijk ik door de domme actie van gisteren te hebben verspeeld. Hoe dan ook moet ik door. De Transalpina laat redelijk gemakkelijk en kom ik zonder moeite boven, maar dan begint het feest: parcours 4. Het eerste stuk hiervan loopt aardig en kan fietsend gedaan worden. Dan komt er een modderige heuvel die absoluut lopend moet. Ik gebruik mijn crocs hiervoor en merk dat dit comfort geeft. Mooi, goed voor de moraal ook.

Hierna komt weer een fietsstuk en ik merk dat het wisselen van schoeisel toch wel tijd kost. Terug in mijn fietsschoenen dan maar, want dit gaat toch het snelst. De kilometers gaan langzaam, ik krijg honger, maar ben op rantsoen en moet de reepjes dus goed timen. Helemaal niet fijn. Het eerste deel van het parcours gaat nog een paar keer omhoog, maar wanneer de afdaling ingezet kan worden gaat het sneller. Het begin heeft veel stenen, maar langzaam wordt het pad beter en krijg ik meer vertrouwen en moraal.

Totdat de weg is weggespoeld door de regen en er een gevaarlijk diepe kloof door het midden van de weg loopt. Het is onmogelijk hier te fietsen en eigenlijk ook te steil om te lopen. Crocs maken hier geen verschil, voorzichtigheid is geboden. En toch, toch val ik tweemaal. Ik heb weinig pijn en ben vooral bang voor mechanische problemen later in de race. Met letterlijk pijn en moeite kom ik beneden. Ik fiets naar het eerste dorpje en hoop op taart, ijs, broodjes alles. Gelukkig komt dit dorpje snel en hier zitten het Franse duo en Meaghan bij een supermarkt bij te komen. De grote resupply party. Ik koop zoveel ik kan eten en mee kan nemen en maak mijn fiets wat schoon.

Ik wil door, want nu ik weet dat ik mensen in de buurt heb is er toch de hoop nog wat plekjes op te schuiven. Het volgende probleem dient zich alleen alweer aan. Naar Bulgarije mogen we drie grensovergangen nemen, allemaal een pontje. Ik heb er net één uitgekozen die uit de running blijkt, en heb geen backup route naar een van de andere. Ik moet dus on de spot een route bouwen. Niet optimaal. Ik ga hierdoor nog via twee uitlopers van het berggebied naar de boot waar anderen de directe wegen nemen. Één van de wegen hier is ook onder constructie, waardoor ik nog stukken moet lopen ook. Ik merk dat de zeer slechte nacht me parten speelt en besluit in Comenzi Die Livari uitgebreid te eten en de opties voor een hotel te onderzoeken. De serveerster kijkt me raar aan als ik vier drankjes bij mijn pasta bestel, maar ik krijg ze wel. Ondertussen zie ik niet hoe ik zonder de nacht door te halen bij de eerste pont kan komen, waar waarschijnlijk iedereen op zal zitten.

Ik besluit dus op tijd te slapen, vroeg op te staan, en voor de tweede pont te gaan. Helaas plek 25 zit er niet meer in, de fout van gisteren is te groot en het pontje gooit roet in het eten. Ik rij door naar het hotel dat nog z’n 60 km verderop ligt en ga vroeg slapen.

@GeoTdF over dit deel van de route:

De laatste bergloodjes, over de bergkammen van de Zuid-Carpathen. Dit gebergte maakt een enorme lus van de Alpen, via Polen en Hongarije naar Roemenie, en daarna een lus terug via Servië naar Bulgarije (waar het de Balkaniden heet). Dit gebergte schuift overal over Europa heen en heeft in de laatste 10 miljoen jaar voor hoge pieken gezorgd.

Dag 12

Vroeg naar bed betekent vroeg op. Midden in de nacht zit ik alweer op de fiets om de tweede boot te halen en dan te kijken hoe ik ervoor sta. Degenen die de eerste boot wel hebben gehaald hebben waarschijnlijk ook een zeer korte nacht gehad, dus wie weet is er nog wat mogelijk. Eerst de kilometers maken tot de boot. De route gaat via B-wegen naar het zuiden en is vooral omlaag met wind mee. Het schiet dus erg op. Er is geen verkeer in de nacht en honden lijken ook nog te slapen. Het enige wat ik niet durf is stoppen met trappen, want dan maakt het geluid van mijn freewheel ze wakker.

Als het licht begint te worden snak ik naar koffie en gezien ik voor lig op mijn snelste schema besluit ik te stoppen voor espresso. Bij een tankstation dat harder naar ammoniak ruikt dan ikzelf krijg ik een smerig bekertje koffie. Het doet zijn werk, maar vrolijk word ik er niet van. Ik rijd door en bij Alessandria zie ik het landschap kaler worden, saai kaal. Er is weinig te zien en ik heb alle tijd, want de boot eerder is net vertrokken en mijn boot haal ik met speels gemak.

Dat betekent dat ik in het dorpje voor de boot nog even inkopen kan doen en wachtend op de pont uitgebreid kan picknicken. Ik vind zowaar gebak in de supermarkt. Bepakt en bezakt rijd ik naar de pont, waar helaas geen schaduw of zitplek is. Van een Iraanse trucker mag ik in de schaduw van zijn vrachtwagen zitten. Ik ontbijt en krijg niet veel later gezelschap van Henry een andere deelnemer. Ik doe nog een powernap en wanneer ik wakker word merk ik dat de pont enorm veel vertraging heeft. Daar gaat mijn kans nog iemand in te halen. Het wachten duurt zo lang dat Pavel, die de hele race al achter me zit en mikte op de derde pont van de dag, kan aansluiten.

Na het lange wachten komen we dan toch aan in het beloofde land: Bulgarije. Aan de overkant blijkt dat Pavel nog lekker fris is, want hij heeft wel goed geslapen met het oog op de derde pont, en hij sprint er dus ook meteen vandoor. Ik besluit eerst te pinnen om niet in dezelfde problemen te komen als in Roemenië en begin met een achterstand op die twee. Ik heb bijna 200 km in de benen en moet er nog bijna 300 tot de finish. Ik besluit toch door te pushen en te kijken wat er nog in zit. Af en toe stoppen om te drinken, maar verder doorrammen.

Ten opzichte van Roemenië is Bulgarije zeker het beloofde land, het stinkt er niet en de honden jagen me niet op. Het verkeer is bij tijd en wijlen wel druk. Ook is het landschap mooier, simpelweg minder dor. Ik blijf racen en rijd langzaam het donker in. De wegen zijn relatief goed, dus echt zorgen heb ik hier niet over. Omdat ik de nacht door ga trekken besluit ik nog even goed te eten en dan de dots te kijken. Henry heb ik alweer te pakken blijkt, en Meghan nader ik. Snel door, misschien zit plek 30 er nog in. Het wordt vroeg donker en daardoor gelukkig aangenaam. In sommige dropen is het feest, ik zie mensen in klederdracht en er hangt een goede sfeer in de dorpjes.

Jammer dat dat donker is, want ik had het graag beter willen zien, zo ook de omgeving, want ik zie dat ik tussen de rotsen langs een rivier rijd en weet zeker dat het hier prachtig moet zijn. Ik rijd nog ergens een dropje in en hier is het een groot feest, er is live muziek, mensen zijn in klederdracht aan het dansen en er wordt gedronken. Ik zou bijna willen afstappen om mee te doen maar ik zie op de tracker dat ik Meghan nader en dat ook Aiden niet ver zit. Ik besluit op het finishparcours alles te geven wat er nog in zit. Aan het begin van dit laatste stuk heb ik Meghan al te pakken en Aiden kan niet ver zijn. Ik blijf pushen en zie elk rood licht aan voor zijn achterlicht.

Burgas komt dichterbij, maar ik heb hem nog niet. Ik zeg tegen mezelf dat de finish pas bij de finish is want na het parcours zijn er nog 10 km tot de finish die je zelf moet vinden. Wie weet dat het hier nog lukt. In Burgas aangekomen rijd ik via de promenade naar Sarafovo maar ik zie geen Aiden. Iets voor vieren finish ik en blijkt dat ik Aiden allang heb ingehaald, alleen nooit heb gezien. Als 30e kom ik over de streep. Kapot maar voldaan.

Bij de finish is er een minimaal ontvangst zo midden in de nacht, en bij gebrek aan slaapplek mag ik in een geleende slaapzak op het gras slapen. Wanneer ik ‘s ochtends wakker word zie ik meerdere deelnemers op deze manier bij de finish liggen en volgen de felicitaties aan elkaar. De rush is over, er kan rustig gegeten worden en verhalen worden verteld en bijgeslapen.

Wat een avontuur!

@GeoTdF over dit deel van de route:

De laatste loodjes leidden over het Moesisch Platform, een groot korstblok dat omringd is door de Carpathen, Dinariden, Zwarte Zee, en het Dobrogea gebergte van Oost-Roemenië. Maar daar hoefde ik gelukkig niet overheen. Alleen nog wat oostelijke uitlopers van de Balkaniden, en naar de Zwarte Zeekust.

Wat statistieken:

🌍 14 landen

🛣 4277,46 Km

🏔 48328 Hm🚵‍♂️ 250 deelnemers (solo)

🏆 30e plek

🕣 12 dagen 4 uur 40 min

🏁 90 Finishers (binnen de tijd)

Dan nog een paar mensen die ik wil bedanken: Francien Peterse en mijn
familie voor de support. Cycleworks, Mango Wheels en Hidde Heineman
Fysio voor de hulp bij de setup van de fiets. Cyclite voor sponsoring
van de tassen. Fietsclub Ledig Erf, CS030 en met name mijn teamgenoten
binnen het CGT voor alle trainingen afgelopen jaar. Douwe @GeoTdF voor
de leuke features in dit verhaal. Martijn Herremans voor de grafische
assets. En tot slot alle Dotwatchers en mensen die me berichtjes hebben
gestuurd als support tijdens de race.
Stacks Image 1478
Een vroege espresso
Stacks Image 1483
Na de finish
Stacks Image 1488
Slapen op de ferry


< Vorige verhaal Post 3 / 3


Stuur je verhaal door!

Leuk dat je langs komt. Wij doen niks met de koekjes, we weten zelfs niet hoe ze werken. Wat we wel weten is dat ze lekker zijn. Maar eet er niet te veel, anders moet je weer meer trainen 😅.

Ik word WILLENISKUNNER!